Migiro de halfbloed
Patrick Brannigan
Smashwords Edition
Copyright 2011 Patrick Brannigan
Smashwords Edition, License Notes
This ebook is licensed for your personal enjoyment only. This ebook may not be re-sold or given away to other people. If you would like to share this book with another person, please purchase an additional copy for each recipient. If you’re reading this book and did not purchase it, or it was not purchased for your use only, then please return to Smashwords.com and purchase your own copy. Thank you for respecting the hard work of this author.
~
‘Wat is de essentie van al het leven?’ Tru’jin stelde de vraag op zangerige toon terwijl hij de geit neergedrukt hield met zijn knieën. Met zijn ene hand kneep hij haar bek dicht, met zijn andere hand bedekte hij haar neus, zodat het dier geen adem meer kreeg.
‘Bloed,’ antwoordden de jongens monotoon.
Migiro balde zijn vuisten. Dit was de laatste geit van zijn vader, die Tru’jin had opgeëist voor het ritueel. Migiro had haar tientallen keren meegenomen naar de savanne om acaciabladeren te vinden. Hij had haar Mbuzi genoemd.
‘Waaraan ontlenen de M’aikin hun kracht en moed?’ De geit spartelde, maar Tru’jin hield haar moeiteloos in bedwang. Een geur van doodsangst vulde de hut en overtrof de stank van mest.
‘Bloed,’ murmelden de jongens. Migiro was er zeker van dat Mbuzi naar hem keek en hem herkende. Ze smeekte om hulp. Maar Migiro mocht niet ingrijpen: de traditie gebood dat hij bleef zitten. Als Migiro tegen de traditie inging moest zijn vader hem verstoten. Zijn vader werd al bespot omdat hij een vrouw uit Unguja als echtgenote had genomen, zodat Migiro’s huid veel lichter was dan die van de andere M’aikin. Nu had zijn vader zelfs geen geiten meer en iedereen zou hem uitlachen. Maar Mbuzi zou nooit meer ronddartelen in het licht van de avondzon, luisterend naar Migiro’s dromen. Was het de rook in de hut die Migiro’s ogen liet tranen? Dat moest wel, want M’aikin jongens huilen niet.
‘Lengai, u beschermt ons vee tegen de wezens van de nacht; u schenkt onze krijgers moed in de strijd. Als dank bieden wij u dit offer.’ Tru’jin had zijn blik naar het westen gewend, zonder zijn grip op de stuiptrekkende geit te verliezen.
Ook Migiro en de andere jongens richtten zich gewoontegetrouw op de enorme berg aan de westelijke horizon. Het licht van de ondergaande zon scheen over de noordflank en viel door de deuropening. Toen Migiro zijn ogen afwendde van de zetel van Lengai zag hij een flikkering van metaal in de hand van Tru’jin. De glans in Mbuzi’s ogen doofde langzaam. De sjamaan ving het bloed op in een kruik. De weeë geur vulde de hut. Migiro onderdrukte de neiging om te kokhalzen. Hij was een kind van de savanne, vertrouwd met de dood; toch vervulde het lot van Mbuzi hem met weerzin.
‘Kinderen van de M’aikin, ontvang de kracht van dit dier.’ Tru’jin overhandigde de kruik aan de dichtstbijzijnde jongen, die de eerste slok nam. Tru’jin bekeek de jongens. ‘Jullie willen allen krijger worden. Welnu, de krijgers van de M’aikin zijn de meest gevreesde van de savanne. Onze moed is legendarisch! Alleen de moedigste jongens zullen toetreden tot onze rangen; de lafaards zijn veroordeeld tot een bestaan in het dorp, bij de vrouwen en de kinderen.’ De neus van de sjamaan rimpelde en hij keek naar Migiro.
Migiro wist dat de sjamaan hem onwaardig vond vanwege zijn gemengde afkomst. Alleen de opoffering van Mbuzi had ervoor gezorgd dat Migiro nu in deze hut zat.